Ik word nooit zoals mijn moeder!
In gesprek met pubers zag ik achter de boosheid bijna altijd iets anders in hun ogen: verdriet, eenzaamheid en de pijn van niet echt gekend worden. Regelmatig hoorde ik: “Als ik later een gezin heb, word ik niet zoals mijn ouders.” Hun pijn was voelbaar, en hun verlangen schreeuwde. Tegelijk sprak ik hun ouders — mensen die worstelden, zich machteloos voelden. In die dynamiek zag ik vaak hetzelfde patroon.





